Event management

Sep 16, 2019, 14:05
Hoe ver reikt de concurrentievrijheid?

Hoe ver reikt de concurrentievrijheid?

16 juli 2019

De evenementensector is een concurrentiële omgeving, met tal van ondernemingen die actief zijn op diverse niveaus van het evenementengebeuren. Gevestigde bedrijven en nieuwe ondernemingen die elk om de gunst van de klant dingen.

Dat ondernemingen elkaar daarbij beconcurreren ligt voor de hand. Concurrentie moet zelfs.  Zo is het ondernemingen in principe verboden afspraken te maken die beogen de onderlinge concurrentie te beperken. Anderzijds is het recht op concurrentie niet onbeperkt. Om de mededinging zelf te vrijwaren, worden uitwassen ervan aan banden gelegd. Oneerlijke concurrentie is niet toegelaten. Dergelijke oneerlijke concurrentie kan diverse vormen aannemen. De lijn tussen wat toegelaten is en wat oneerlijke concurrentie vormt, is daarbij niet altijd eenvoudig te trekken.

Verboden slechtmaking

Een typisch voorbeeld van wat niet mag, is het zwartmaken van een concurrent. Kritiek uiten op een andere onderneming mag, maar niet op zo’n manier dat daarmee afbreuk wordt gedaan aan de geloofwaardigheid of de reputatie van die onderneming of zijn producten of diensten. Zelfs als het juist is wat over een concurrent beweerd wordt, kan er sprake zijn van verboden slechtmaking.

Het nabootsen of kopiëren van de producten of diensten die door een andere onderneming aangeboden worden, is in beginsel wel toegelaten. Aldus is het toegelaten te profiteren van andermans inspanningen. Kopiëren wordt maar onrechtmatig als daarbij intellectuele eigendomsrechten worden miskend, bijvoorbeeld wanneer een octrooi, een geregistreerd model of auteursrechten van een concurrent worden geschonden.

Het kopiëren van andermans creaties, die niet op grond van het intellectueel eigendomsrecht worden beschermd, kan ook onrechtmatig zijn als daarmee verwarring gecreëerd wordt in hoofde van het cliënteel. Ook voor het stichten van verwarring is in de concurrentie tussen ondernemingen geen plaats.

Concurrentiemogelijkheden

Een wel vaker voorkomende situatie is een werknemer die overstapt naar een concurrent of die zelf een concurrerende onderneming opstart. Het staat die werknemer in principe vrij de concurrentie met zijn voormalige werkgever aan te gaan. Omgekeerd is ook het actief benaderen van een werknemer van een concurrent om die af te werven als zodanig evenmin verboden. 

Onrechtmatig wordt het wel als klantenlijsten of andere vertrouwelijke bedrijfsgegeven worden gekopieerd om die voor eigen doeleinden of ten behoeve van een nieuwe werkgever aan te wenden. Ook het afwerven van personeel van een concurrent kan in bepaalde omstandigheden onrechtmatig worden, bv. wanneer een heel team wordt weggeplukt en de concurrent volledig wordt ontwricht.

Naast dergelijke situaties van oneerlijke marktpraktijken, kunnen de concurrentiemogelijkheden van een werknemer in bepaalde gevallen wel tijdelijk beperkt worden door een niet-concurrentiebeding. Om geldig te zijn, is zo’n beding aan geheel van strikte voorwaarden onderworpen. Zo mag de duur ervan nooit langer zijn dan een jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst. Bovendien kan het in de evenementensector enkel voor werknemers met een bruto jaarloon dat hoger is dan 69.639 euro (bedrag anno 2019), tenzij de mogelijkheid daartoe zou zijn uitgesloten in een CAO.  

Niet-concurrentiebeding

Als het bruto jaarloon hoger is dan 34.819 euro, maar lager dan 69.639 euro (bedragen 2019), kan een niet-concurrentiebeding enkel voor werknemers met een functie, waarvoor een niet-concurrentiebeding werd mogelijk gemaakt in een sectorale CAO. Dit is bijvoorbeeld het geval voor cateringbedrijven en andere ondernemingen die ressorteren onder het paritair comité van het hotelbedrijf. Bestaat er geen sectorale CAO, kan in een CAO op ondernemingsniveau bepaald worden voor welke functies een niet-concurrentiebeding toegelaten is. Aan werknemers met een bruto jaarloon onder 34.819 euro kan helemaal geen niet-concurrentiebeding opgelegd worden.

Ook aan freelancers en onderaannemers kunnen niet-concurrentieverplichtingen opgelegd worden. Voor hen gelden de specifieke voorwaarden van de Arbeidsovereenkomstenwet niet. Maar ook hier geldt dat het voorwerp, de duur en de geografische reikwijdte voldoende beperkt moeten zijn.

Voor de wakkere ondernemer zijn er dus wel mogelijkheden om mogelijke concurrentie van werknemers, freelancers en andere dienstverleners contractueel aan banden te leggen.

Bram Baert